Door: Nic Castle ('s-Hertogenbosch)
Heeft het een doel, een weg, een pad versierd met onkruid en narcissen,
wat gruis, een pol gras hier en daar, misschien. Heeft het
een eindpunt, een climax, een zacht gezucht in een zoele nacht vóór het verliggen,
een zweetdruppel dat de lakens klam doet plakken aan je voet. Heeft het ogen.
(2)
En als het ogen heeft, wanneer gaan die dan open
en dicht en open en dicht en
dicht tot ze niet meer open kunnen? Stel, het valt Woensdag in slaap,
dommelt in, zucht elke keer weer voor het verliggen, draait, mompelt
iets onverstaanbaar liefs, en dat urenlang,
hoe lang tot we het in een kist stoppen en erboven dan wormen
en spijkers en modder gooien? En dat gedeeld door twee.
En dan krijg je een nachtmerrie.
Inspiratiebron: IJsgang, Anneke Brassinga, schrijfstijl Joke van Leeuwen
Datum: 02-04-2007
Door: Gwendelyn Luijk (Rotterdam)
omdat je vol en leeg was tegelijk, zoals jij zei
Als schelpen onder water, knarsend en toch oh zo stil
en zout als zee ben jij, als zeelucht in mijn haren,
op zoek naar rust die nooit kan zijn
Ik waste veertien schelpen schoon, al wat paste in mijn kistje
De opkomende vloed etste sporen in het zand
en spoelde weg wat ik je gaf
van dat er stille liefde was geweest
Ik bracht
je stilte in een kistje
en je luisterde niet eens
Inspiratiebron: 'Geschenk', Joke van Leeuwen
Datum: 02-04-2007
Door: Anna de Bruyckere (Middelburg)
armen die verstrengeld schroeien
aan geplooide lijven vast, glijdt glans
langs voortjes in de hoeken van zijn
lippen als een zoekend rollend rillen
van geronnen parels langs de nacht, hoort
kast of tafel stiekem ons gebed dat wij
de dagen die nog komen gaan toeprevelen
(gegeven delen van de storm te mogen
demonteren en te scheiden pas veel later)
glijdt gewicht zijn wimpers naar omlaag.
Inspiratiebron: IJsgang, Anneke Brassinga
Datum: 02-04-2007
Door: Veerle Vrindts (Bilzen-België)
je vergeet hoe we droomden, wachtten op de zon
hoe het zwart in mijn pels dan warm kleurde
en hoe we achter dat raam verhalen spinden
die alleen wij begrepen
ik kreeg altijd jouw hoofdrol
ik vraag niet veel meer: een hand om mee te spelen
vingers die mijn kin en oren kriebelstrelen
zo stil naast me leren spinnen , 's zomers buiten, 's winters binnen
en een schoot om in te verbergen dat ook ik mijn streepjes tel
meisje, het spinnen in jouw woorden wil ik oogluikend sparen
om het kousenvoetig te proeven als slagroom in mijn snorharen.
Inspiratiebron: 'Andermans hond', van Joke Van Leeuwen Datum: 02-04-2007
Door: Ingeborg Klarenberg (Boxmeer)
ademen we veel te lang uitgestelde einden in.
We spiegelen de mussen die van het dak vallen
in de golvende zee onder onze voeten, krijgen honger
en eten de golven op, alsof ze een dikke vacht vormen
waar wind doorheen blaast. Er is voldoende warmte
om het niet koud te hebben, maar we verliezen
onszelf in de vorm van sneeuw, smelten.
Als we afhankelijk zijn van niets of niemand,
kunnen we opstaan en zeggen:
“Vergeet dat jullie iets betekenen. Wij zijn weg.”
Inspiratiebron: Anneke Brassinga – De wegen der vrijheid
Datum: 02-04-2007
Door: Charlene Winne (Gistel-België)
omhelzen je woorden wanneer
we ons rimpelden in water
- zich een wervelimago om ons heen
vouwde als een gesloten boek.
uren zijn weerspiegelingen van
zomerogen; drijven je onderhuids
boven als je meent te zinken
aan zogenaamde zwaartekracht.
Inspiratiebron: IJsgang, Anneke Brassinga
Datum: 02-04-2007
Door: Ellis Nijland (Sappemeer)
het hardste en het zachtste,
Met kalk of zonder,
Warm of ijskoud,
Doorzichtig of vuil,
Maar bijna altijd zichtbaar.
Vuur,
Grote of kleine vlammen,
Zichtbaar of onzichtbaar,
Warm of gevaarlijk,
Zo warm als ook je gezicht,
Is in een warme zomerzon.
Inspiratiebron: Hoe je geliefde te herkennen - Tomas Lieske
Datum: 02-04-2007
Door: Ali Riza Develi (Rotterdam)
Boven mij worden de bomen gekapt.
Ik loop omhoog.
Een blije man krijgt zijn loon.
Ik ben op de helft.
Ik zie daar twee vechtende arbeiders.
Ik loop verder tot aan de top.
Daar zie ik een jongen, half onder een rots.
geholpen door vele anderen.
Ik loop verder naar beneden.
En daar beneden staat voor mijn neus,
een nieuwe berg.
Bron van inspiratie: De voorbode van iets groots – Dirk van Bastelaere

