2010 nieuwe formule - nieuwe website
15-01-2010

v e r s 2010, een evenement met het hele jaar door activiteiten rond 16 jaar VSB Poëzieprijs.
Nieuw in de formule zijn o.a. de PoëzieClips. Binnenkort is ook deze website vernieuwd.

Scholen kunnen zich aanmelden
12-11-2009

Voortgezet Onderwijs scholen uit Maastricht en Rotterdam kunnen zich aanmelden voor deelname aan
v e r s in het voorjaar van 2010.
Scholen uit Antwerpen en Tilburg kunnen zich aanmelden voor deelname in het najaar van 2010.
Via vers@schoolderpoezie.nl of via een belletje naar Sarien Zijlstra, School der Poëzie 020-3307817.

UITMARKT in Amsterdam
24-08-2009

Tijdens een speciaal jongerenprogramma op de UITMARKT staan Pieter Lobbezoo, Leonie Kuhlman, Vicky Breemen, Kelly Breemen en Youssef el Markhous (bekend van o.a. v e r s en Y-POETRY) zaterdag 29 augustus om 13.30 op het podium van de Theaterschool aan de Jodenbreestraat 3 in Amsterdam. Welkom!

Anne  Vegter
ANNE VEGTER (1958) is dichter, prozaïst, toneelschrijver en kinderboekenschrijver. Ze woont sinds 1992 in Rotterdam, waar ze naast haar schrijfwerkzaamheden druk doende is met het opvoeden van haar drie zonen. Haar eerste dichtbundel Het veerde verscheen in 1991.
Haar tweede bundel Aandelen en obligaties verscheen in 2002.
Haar meest recente bundel is Spamfighter. Anne Vegter is veelvuldig geprezen om haar wilde en levenslustige poëmen. In 2004 ontving ze de Anna Blaman-Prijs. ‘ De kracht van Anne Vegter is dat zij haar lezers de vrijheid geeft om de wereld anders te interpreteren, om te fantaseren, om te kijken hoe twee, drie of nog meer dubbelzinnig een ervaring kan zijn’ .
Gedichten van haar hand werden in De Revisor, Maatstaf en Tirade en proza in Lust & Gratie en Optima gepubliceerd. In 1993 was ze docente aan de schrijversvakschool 't Colofon te Amsterdam en in 1995/1996 had Anne Vegter een vaste zaterdagse rubriek in de Volkskrant. Ze was toen ook wekelijks te horen in het literaire VPRO-radioprogramma De Avonden.


Gedichten uit ► Spamfighter

12.15 uur tot 13.00 uur

Er was op deze dag – tijdens de lunchpauzepauze – iemand die wilde weten hoe ik werk,
waar mijn ideeën vandaan komen. Tja, zei ik, het probleem van de idee is

dat de problemen precies daar beginnen waar ze vandaan komt, neem nu dit gesprek.
Vanonder uit de bladeren klonk een onderdrukt protest of noem het opgewekt,

maar met de handjes voor de mond, proestlachend. Zoals een klasje van elfjarigen er even
aan denken moet wat juf op de wc doet en of je daar iets van zou kunnen zien.

Het kan zijn, zei ik, dat iets toevallig langsscheert – een ekster. ’s Avonds
wist ik terwijl ik uit het raam vloog hoe het juiste antwoord klonk: schel en zuiver.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

De nieuwe man

Er zijn mannen met het levensgevoel ‘douchecabine’. Het woord
spreekt ze direct aan. In een gesprekje achteraf blijkt vaak waarom.

Er zijn mannen die graag met hun tandenborstel gefotografeerd worden,
niet voor een advertentie. Ze staan in het leven als krachten op wanden.

Er zijn er die niet kunnen kiezen, moe van hun mogelijkheden
stellen ze zich bij douchecabine geen paradijs voor maar een stukadoor

die de gaten dicht, een schilder die schimmels verjaagt, een aannemer:
vormen van een man waaraan ze hadden kunnen denken.

Omdat lichaamsverzorging het taboe ontsteeg zijn er al mannen die zeggen:
‘Toen ik vanochtend wakker werd schudde ik mijn poriën los.’

‘Ik voelde me eigenlijk een beetje leeg, had geen gedachten van gewicht
uit-in-adem maar ik genoot van mijn gebrek.’

Ook dat kan een begin zijn. Een aantal liep deze week de stad in
op zoek naar een nog ongebruikte cv. ‘Iemand enig idee van wie?’

‘Mag dat zomaar?’

‘Mooie vraag.’

‘Rare mooie vraag.’


▼ ▼ ▼ ▼ ▼


Draagbaar universum

Les 1: Het geluk is niet compleet zonder koningin

Ze kent de draaibewegingen van energie
eindigend op deelbaar, de gevolgen van de nul
in de ruimte. Er ligt een program op haar schoot,
ze wacht de opening ‘ik ben een geduldig hoofd’.

Les 2: Het geluk is niet compleet zonder breuken

Op een getekende vlakte waar de leerlingen graag spelen
groeit haar rijk: een grensgeval, geen gebouw.
De uitgangspunten zijn lekker concreet:
wegwijzers worden handlangers.
Ze naderen het punt waarop een leerling het hoofd draagt.
Nu komt de koningin in actie: ‘Ja, goede beesten,
iedereen is bezig met zijn nu,
zelfs mijn koning kan weer klimmen.’

Les 3: Een spelletje produceert een tijdsschaal, een eiland

Les 4: De groeivorm is geen stelsel maar regel

Een klein geschrokken dier verdwijnt onder de kast,
wie het terug wil zien keert zelf niet terug.
Voor het feit dat de kast zich verplaatst in de ruimte
vinden ze nergens verklaringen.
‘Conclusies,’ zegt de koningin, ‘zijn als mensen:
de feiten zijn ze altijd voor.’

Les 5: Zich verzetten tegen het verdwijnen beangstigt

Les 6: Waar geen deelt zijn geen kruimels

Les 7: Een einde herinnert aan een vorig

Les 8: De wonderlijkste privileges beginnen met een rangorde

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

Negen

moest ik worden, negen werden ik en mijn vriendjes
later, allemaal vroeger, maar ik zei neger, een woord

dat wel kon, ik word negerrrrrrr. Mijn broer fluisterde
in me dat ik groot werd en dat onder de haren van grote

kunstenaars kleine oren zitten en dat oren groeien
als je ouder wordt maar die van kunstenaars blijven klein

en daarom sterven ze jong, een gotspe. Vind je niet? Wat?
Laat maar. Mijn broer had ogen zonder kleur, heel authentiek

hoorde ik en dat kon wat worden. Ik vergat wat.
Elf alweer twaalf, veertien en ik bruinde, ik zonde

en er brak een tijd aan. Mijn broer kwam niet meer thuis.
In de zekerheid van een aantal onopgeloste vraagstukken

leidde ik een blank leven in een stad van grote mensen,
in de zekerheid van een aantal onopgeloste vraagstukken.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

Repeteren/figuranten

Dat we stenen waren, kleine stenen of apen met poten, apen slaan.
We deden eerst ook dat we geen naam hadden; voortaan konden we helaas niet
naar hen luisteren als ze ons naar bed stuurden, als ze iets van kinderen moesten

dan ging dat even niet. We wilden snel in rook opgaan, het kon doorzichtiger.
Roken moesten we en doen dat we geld hadden en dat we tabak kochten
voor onder de zestien. We waren onaanspreekbaar, we sloegen handboeken op

over ons, doormidden, we verscheurden zinnen over ons, dachten we.
We hokten in dierentuinen. Apen zuchtten. We aaiden het geluk van een
verdwijning. We braken speeltuinen open, schommels onzin, we matten stoepranden

en pulkten in het fluim van een veteraan. Hé veteraan! Wij zijn aan de beurt.
Tabakszaken leefden op onze voorwaarden, iedereen schreeuwde door elkaar,
we waren gezocht, we bogen achterover en met onze lippen over de tegels gaande

rolde de pure winst van de dag voor ons uit: kleine dieren in rookslierten,
kleine zelfgemaakte letters. We keerden ons naar buiten voordat we
naar binnen keerden. Minder verdwijningen, minder niemand. Geen tribunes.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

Zonder titel

Model gezeten voor de naaktklas soms?
Ik! Terwijl de beste exemplaren keken.
De venusspotters haal je er zo uit.
Jazeker heb ik het van jou geleerd
en van wie heb jij het trouwens?
Aan wat heelal toe na zo’n avond;
de sterren hebben het zelfs boven
voor het zeggen. Nou jij weer.

▲ ▲ ▲ ▲ ▲


NB: Door de website is de lay-out van sommige gedichten hier anders dan in de bundel.