2010 nieuwe formule - nieuwe website
15-01-2010

v e r s 2010, een evenement met het hele jaar door activiteiten rond 16 jaar VSB Poëzieprijs.
Nieuw in de formule zijn o.a. de PoëzieClips. Binnenkort is ook deze website vernieuwd.

Scholen kunnen zich aanmelden
12-11-2009

Voortgezet Onderwijs scholen uit Maastricht en Rotterdam kunnen zich aanmelden voor deelname aan
v e r s in het voorjaar van 2010.
Scholen uit Antwerpen en Tilburg kunnen zich aanmelden voor deelname in het najaar van 2010.
Via vers@schoolderpoezie.nl of via een belletje naar Sarien Zijlstra, School der Poëzie 020-3307817.

UITMARKT in Amsterdam
24-08-2009

Tijdens een speciaal jongerenprogramma op de UITMARKT staan Pieter Lobbezoo, Leonie Kuhlman, Vicky Breemen, Kelly Breemen en Youssef el Markhous (bekend van o.a. v e r s en Y-POETRY) zaterdag 29 augustus om 13.30 op het podium van de Theaterschool aan de Jodenbreestraat 3 in Amsterdam. Welkom!

Anneke  Brassinga
(foto: Hans Vermeulen)
ANNEKE BRASSINGA (1948)is een Nederlands dichter, prozaïst en vertaler.
Zij debuteerde in 1987 met de bundel Aurora en als romanschrijfster in 1993 met Hartsvanger. Ze verwierf bovendien bekendheid met haar vertalingen van werken van onder meer Vladimir Nabokov, Oscar Wilde, Sylvia Plath, Jules Verne en W.H. Auden.
Haar thema's zijn de natuur en de liefde, maar ook de taal. Om haar rijke woordenschat wordt zij vaak geroemd, evenals om haar taalvaardigheid. In haar gedichten deelt Anneke Brassinga intieme speldenprikken uit. Zij is liever niet merelloos en leert haar lezers 'Hoe te zoenen op straathoeken'.
Al in 1974 publiceerde Brassinga proza en poëzie in De Revisor onder het pseudoniem A. Tuinman. Haar werk werd bekroond met de Herman Gorterprijs, de Paul Snoekprijs en in 2002 met de VSB Poëzieprijs voor de bundel ‘Verschiet’.

GEDICHTEN uit IJsgang

IJsgang

De doorschenen mist tekent al schaduwen.
We trekken het water hoog op tot de kin
als lakens, zo rimpelend koel en gesteven,
we raken tezamen gebed, verweven voorgoed
in het ijle van vroeger toen vredig geen
woorden we gaven aan wat ons bindt, slaap
van de rede, gedroomde monsters tegemoet.
. . . . .

Gefundenes Fressen


Hoe hongert spruitloos het gefazanteerde
en te doorregen met zwaard en pasta brein:

de moeheid in een broodje
verkruimelt van het roeien langs geweldige lendenen

die drijven, ieder blauw gebeukt door branding
en toch boterzacht gesmoord. Te weinig jus? Altijd

stemgember! De dag staat
als een bavarois paraat – voor wie ik liefheb

wil ik eten, bij de gehaten ga ‘k
de teil met bloedmoer van geslachte kazen in.
. . . . .

‘Ik heb het Rood van ’t Joodse Bruidje lief’

...het broderietje kruip ik over, ’t kuise
blozende vergood ik, schroomvol ruisende
de rode gewaden als bijna-dode wingerdbladen
om haar heen, een ruif is zij mijn haverkist,
mijn stoof van suikering, de kozende struise
een struikje broos, ik heb mijn hand op dit
broodje gelegd – de ruiker van haar konen
rozen, zij is het blote fruit aan mij geopend,
ruigte van het toegedane, schoon ontluiken
in hoofs genegenzijn, o vroom beschuitje,
boterschaapje, vlam van dromerig verpozen en
de roze handen, roomsoezige blankte schuilend
onder inkarnate korenschoof van ’t grootse
bruidje, en ik gouden man heb lief dit alleen
aan de dood te verliezene, glorende duifje.
. . . . .


*Gedicht geschreven op verzoek van Poetry International naar aanleiding van het schilderij ‘t Joodse Bruidje van Rembrandt. De titel is ontleend aan de regel ‘Ik heb het Rood van ’t Joodse Bruidje lief’ van dichter Pierre Kemp