2010 nieuwe formule - nieuwe website
15-01-2010

v e r s 2010, een evenement met het hele jaar door activiteiten rond 16 jaar VSB Poëzieprijs.
Nieuw in de formule zijn o.a. de PoëzieClips. Binnenkort is ook deze website vernieuwd.

Scholen kunnen zich aanmelden
12-11-2009

Voortgezet Onderwijs scholen uit Maastricht en Rotterdam kunnen zich aanmelden voor deelname aan
v e r s in het voorjaar van 2010.
Scholen uit Antwerpen en Tilburg kunnen zich aanmelden voor deelname in het najaar van 2010.
Via vers@schoolderpoezie.nl of via een belletje naar Sarien Zijlstra, School der Poëzie 020-3307817.

UITMARKT in Amsterdam
24-08-2009

Tijdens een speciaal jongerenprogramma op de UITMARKT staan Pieter Lobbezoo, Leonie Kuhlman, Vicky Breemen, Kelly Breemen en Youssef el Markhous (bekend van o.a. v e r s en Y-POETRY) zaterdag 29 augustus om 13.30 op het podium van de Theaterschool aan de Jodenbreestraat 3 in Amsterdam. Welkom!

Jacques  Hamelink
JACQUES HAMELINK (1939) ging na zijn MO Nederlands naar Amsterdam. In zijn eerste dichtbundel De eeuwige dag zie je dat hij afstand neemt van zijn kinderjaren. Een belangrijk thema in zijn werk is de dreiging die de natuur op de mens uitoefent. Hij ontving voor zijn verhalen de Vijverberg- en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, voor zijn gedichten de Herman Gorterprijs, voor zijn essays de Busken Huetprijs en voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs. Het is niet de eerste keer dat poëzie van zijn hand genomineerd is voor deze belangrijke prijs. In 2002 werd zijn bundel Zilverzonnige en onneembare maan genomineerd voor de VSB poëzieprijs.

Gedichten uit ► De Dame van de Tapisserie

WANDTAPIJT VAN DE HEROVERING

Ongeslepen leggen in de zomer vogels vele
vinken hun tovertrouwring om het verstand.

Voor het open raam staan de pronkpaviljoenen
gekasteeld, al de godshuizen van het goudland.

Naar de jonkvrouw in haar paleis in de woestijn
is het dat ik als een stil vel papier opbrand.

Voor haar, schoonheid en koemeid, houd ik rust
in de wellust van heet kaarsvet over haar hand.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼



WANDTAPIJT VAN DE HEROVERING

Het wordt al op een zolderkamer verzonnen, alles
wat de zinnen aankunnen. Concrete hemel in de hel.

Het rooskleurige oosten bloeit me welkom, Eoosrood.
Het dode westen zegt namens mij al wat leeft vaarwel.

Het witgelakt onheldhaftig ijzeren 1-persoonsledikant,
het zeil op de vloer getuigt: ik ben zonder metgezel.

Tegen al mijn uitgeteldliggingen sterkt fameuze minne,
minne mijn adem dat ik onder snelvoetigheid meetel.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

WANDTAPIJT VAN DE HEROVERING

Naar het lofweefsel op haar getouw steekt
verweduwde edelvrouw geen hand uit vandaag.

Hoe de ongedenkwaardige doelverlorengeboren
dag zijn vaan heft tegen mij is godgeklaagd.

Zo poseert, een laag bladgoud tot aangezicht,
tot op de draad versleten x in zijn sarcofaag.

De spin die voor mijn celraam uithangt melkt
haar vangst, de verstikte strontvlieg, traag.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

GRAND CHANT

Dat om aan de ronding van haar heupen haar majestueuze
malsheid te genieten mijn hand is gemaakt is wat zeker is.

De sculptuur van haar voet op mij! Geheimzinnig heil is in
in de wereld. Hiertelande gesignaleerd de eerste flamingo’s.

Gebrek aan tederheid alleen strekt jullie tot schande zegt ze,
zij die licht zou kunnen zijn de moordenares met het broodmes.

Uit doorsneehuiselijke omstandigheden (stilleven met vlagele
sleutelbloem in pot) maakt zich het grand chant courtois los.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

DE LAZUREN OORBEL ONDER DE RODEN

OF HULDE AAN RIK WOUTERS

‘Elk ding in dit mooi bij mijn hartzeer passend land is augustustreurig,
de brem radicaal verbrand; de blaren citroenelen al.’ Weet je nog wel?

Chère Moeke, van de gruwel en het vuur die de Ardense augustushoogten
tot hel verbouwd hebben ben ik in onnozele vastbeslotenheid weggegaan.

Jij en mijn kunst zijn me genoeg, alles. En het leven is zo mooi, zou
zo mooi kunnen wezen voor ons tweeën omtrent Bosvoorde of Welriekende.

AL DIE JONGE DODEN verblindt me maar het lukt me elke dag menswaardige
beelden in te roepen, ook dat een manier mogelijk nog van kunst maken.

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

DE LAZUREN OORBEL ONDER DE RODEN

OF HULDE AAN RIK WOUTERS

Het gewiegelwater aan de Derde Kostverlorenkade in Amsterdam is
onverzadelijk. Ik woon drie trappen hoog, draag de zwarte ooglap.

De straat een perron langs het kanaal. Passanten passeren elkaar dor.
Hol avontuur: meeuwen brengen wat zeezilver in. Hun broodkorstgekrijs.

Van uren her de onschilderbare schreeuw van de visman van elke week.
Staande voor het geknibbel van wijfjes om de viskar mijn allerenigste.

In het blauwe matrozenhemd, mijn bovenkaak weg, werk ik aan De Schelvis
zolang het licht strekt. Aan de Kostverlorenkade vervalt het licht snel.

▲ ▲ ▲ ▲ ▲

NB: Door de website is de lay-out van sommige gedichten hier anders dan in de bundel.