Gedichten uit ► GROTER DAN DE FEITEN
Vragen, in tijden van vuur komen ze tevoorschijn
om voor de rook een minnaar te zijn.
Hoe lang nog voor alles as is en niet als nu, donker
wat ik kan zien, aan je ogen, boven de zon van jouw sigaret, brandend
en niemand die iets te vrezen heeft, hoewel grote groepen
in de verte naderen
zingend, bloedend en rokend.
Kijken is het meest wonderlijke kind van de duisternis.
Sluit je ogen.
De prater en de schuilende kunnen jou nooit vinden.
▼ ▼ ▼ ▼ ▼
ALLEEN HET BEGIN TELT
1
Ik moest aan de eindeloze weg denken
die door bussen wordt onderhouden
de weg die sterren over smalle, traag dansende dorpen verdeelt.
Het was niet wat ik wilde zeggen
toen de chauffeur het dorp uit reed
wetend dat het mogelijk was
de ochtend te halen voordat alles doorbrandt
in onblusbaar donker.
Mijn ogen gericht op de plaats waar de maan is gevallen.
Tussen mijn vingers een kleine nerveuze gedachte.
Hoe haar hand op mijn schouder ligt
doortrokken van de kou, haar lichaam
tegen mij aan, ademhalen
tot de morgen alles onbegrepen maakt.
Ik zie hoe iedere beweging vervaagt
omdat haar gedachten niet zijn ingesteld op voltooiing.
Alleen het begin telt
als het eind een open deur is
vanwaaruit je niet ver kan kijken.
De velden rond het volgende dorp
de lantaarns van het busstation
het einde van de wereld.
Als het leven van de buschauffeur hier ophoudt
is er verderop aan het plein een stil café, wat denk jij
en ik vraag het je opnieuw.
Je laat je tanden zien, om mij te overtuigen.
Het kan net zo goed een hemel zijn
daar, boven mij
zo zeker is de nacht.
▼ ▼ ▼ ▼ ▼
ALLEEN HET BEGIN TELT
4
Wie een vuur in de kamer bewaart
bewaart ook de verleiding
om zichzelf te verbranden.
Jij bent begaan met het vuur.
Het vult je kamer.
Ik zie hoe jouw hand op de stoelleuning rust
een sigaret tot op jouw vingers opbrandt
jij in een reflex beweegt en mijn lichaam
als schaduw van jouw pijn
door het raam zichtbaar zal worden
wat valt
ook de sigaret.
Mooi is het rood van jouw mond
bij het spreken, het zwart
van de vlam in jouw oog.
Waar vuur is, is warmte voor twee.
Welke woorden volgen mij
om jou te helpen hervinden
tussen wat verbrand is
en niet langer te herkennen?
▼ ▼ ▼ ▼ ▼
IK HEB HEM BEDACHT
4
Op weg zoals altijd, mijn hand uitgelezen
een kanarie gekocht
jou gezien.
Uit geloof omgekeken.
Daarna mijn stem opgelaten, nageklapt
zo hard gewezen dat iedereen het zag.
Nu staan jij en ik in andere verzinsels
zijn we bezig
in een geheim vast te lopen.
Niet hier niet in deze kamer
niet op zo’n manier.
Gekmakende woorden.
Niet het antwoord van welke kanarie dan ook
wat altijd minder is
en genoeg.
Dit is wat de kanarie laat horen:
het geluid van een kamer
met niemand erin.
▼ ▼ ▼ ▼ ▼
IK HEB HEM BEDACHT
12
Wat we nodig hebben is een hulpeloze god, een hulpeloos vuur.
Wat we nodig hebben is een plein en een hotel.
We kunnen ons daar bevinden waar het loont te wachten.
We kunnen op een van beide wachten.
Weten we welke van de twee
nu het mogelijk is de noodzaak om te wachten kwijt te raken
maar nooit het plein of het hotel?
Dat weten we.
Wat we nodig hebben is een slagvaardige god en een hulpeloos vuur.
We kunnen in een van beide geloven.
Weten we welke van de twee?
Weten we wat er gebeurt als we geloven?
Wat we nodig hebben is een god die ons om hulp kan vragen.
We herkennen die alsmaar zwakker wordende stem
die spreekt tegen ons vermoeden
als iemand die zich haastig uit de voeten maakt.
Wat we nodig hebben is een vuur dat over sterren gaat
over liefde of over een man
die een plein oversteekt.
Wat is het dat ik jou wil zeggen?
Die met de antwoorden zwijgen.
Sta me toe je te vertellen hoe het afloopt.
▼ ▼ ▼ ▼ ▼
IK HEB HEM BEDACHT
13
Rook was een van de laatste verhalen van deze zomer.
Ik heb de rokers toegeknikt, op hen gedronken
zittend aan een tafeltje
onder een snijdende rook.
Wolken zijn er ook genoeg
maar altijd wenkt
wie door de rook daar staat
om mij aan tafel te zien zitten
bezig hem te roepen.
Dan het hotel herkennen aan de sleutel
en aan de sleutel
het vertrek?
Die met de antwoorden zwijgen.
Dit is een vraag die over
liefde gaat of over een man
die een hotel binnenloopt.
Wat is het dat ik jou wil vertellen?
▲ ▲ ▲ ▲ ▲

