Nieuws

Presentatie Clips

23-06-2010

Lees meer

Winnaars PITCH Sneek bekend

10-06-2010

Lees meer

VMBO Groen uit Sneek maakt filmplannen

18-05-2010

Lees meer

v e r s Poëziewedstrijd Open Inzendingen

12-05-2010

Lees meer

De eerste v e r s PoëzieClips

27-04-2010

Lees meer

Fotoverslag jonge filmers in Zwolle

21-04-2010

Lees meer

Dichttalenten in Rotterdam

15-04-2010

Lees meer

« Nieuwer  |  Ouder »
Nieuws archief:
2010 | 2009 | 2008 | 2007
v e r s / schoolderpoëzie
Postbus 11755
1001 CT Amsterdam
tel: 020 3307817
fax: 020 4279593
mail:

Animaties 2007

 

In samenwerking met de genomineerde dichters hebben in 2006, 2007, 2008 en 2009 kunstenaars van il Luster / DichtVorm een animatiefilms gemaakt geïnspireerd op een gedicht uit een van de genomineerden dichtbundels.


De makers van de poëtische animaties waren in 2007:

Frodo Kuipers: Zwart-wittelevisie in de schuur vertelt zijn verhaal aan Zorro. van R. Al Galidi
Oerd van Cuijlenborg: De hele vis van Dirk van Bastelaere
André Bergs: Tuin van Anneke Brassinga
Lucette Braune: Iemand moet de tafel dekken van Joke van Leeuwen
Udo Prinsen: De otter tot zichzelf van Tomas Lieske


Zwart-wittelevisie in de schuur vertelt zijn verhaal aan Zorro. van R. Al Galidi

Ik ben zwart en wit.
Iets in mij
geeft andere kleuren geen kans.
De zee trekt haar blauw uit in mij.
De tuin die door mij naar ogen reist,
trekt zijn schaduw aan.
Ik ben een begraafplaats voor kleuren.
De stilte kan mij niet redden
van zwart en wit.
Handen
laten mijn zwart en wit
nachtenlang
zacht schreeuwen
of schreeuwend fluisteren.
Maar ik ben niet negatief,
niet nerveus.
Alleen zwart en wit.
Nu de wereld verandert
in zwart en wit
ben ik
verlaten
tussen zwart en wit.

Uit: De herfst van Zorro  (Uitgeverij Meulenhoff/Manteau)
Een film van Frodo Kuipers © il Luster Producties/Dichtvorm


DE HELE VIS  van Dirk van Bastelaere

De dansleraar lacht
‘Vertrouw nooit iemand.’
‘Nederig blijven.’
Mijn Chinees is niet zo goed:
ik steun mijn hoofd tegen de muur.
Ga een ander treiteren.
Zij hier, zij zuigt op m’n vinger, een witte vis
zonder water. Een kruispunt.
Deze straat is enkele richting en die andere
daar kun je niet in.
We worden verwacht na de dansles.
Naast het tableau zitten Ying Ying
en haar minnaar:
Chinezen eten
de hele vis; onder het verguldsel
van een heus baldakijn
zitten ze als ouders in een glamourscène bevroren.
Haar hand op zijn mouw. Morgen
noemt hij haar poes,
maar kan ze iets voor hem doen?
In de groene kamer
wordt er gelachen
Een schitterend stel

Op de betegelde tafel
fileert men de vis

Uit: DE VOORBODE VAN IETS GROOTS  (Uitgeverij Atlas) 
Een film van Oerd van Cuijlenborg© il Luster Producties/Dichtvorm


Tuin van Anneke Brassinga

Alle takken en dat zijn er vele
wiegelen van zojuist weggevlogen vogels.
Nu de vogels onzichtbaar waren
noem je dit wind, maar bewijs
levert zich niet. De beweging blijft
hetzelfde erbij: hoogst veranderlijk.
Onzichtbare vogels
kunnen evengoed apen zijn als wind –
vederlichte apen, gevleugeld wellicht
of lichaamloos.


Uit: IJsgang  (Uitgeverij De Bezige Bij)
Een film van André Bergs© il Luster Producties/Dichtvorm


IEMAND MOET DE TAFEL DEKKEN van Joke van Leeuwen

Maar ik heb het gisteren al gedaan ik heb
de glans in de glazen gelaten ik heb
het bestek weer eens opgewreven ik heb
gezegd wat er lekker zou worden ik heb
mijn handen gewassen gewassen ik heb
mijn handen gewassen ik heb
etiketten gelezen, ik ken ze, ik heb
me verzet tegen oorlog want dat het
gedaan moest zijn ja, met die onzin,
gehoopt heb ik ook en wel dat het een
aard had, geschikt en geschoven.

Jij bent.
Iets koekt al aan.

Uit: Wuif de mussen uit  (Uitgeverij Querido)
Een film van Lucette Braune© il Luster Producties/Dichtvorm


DE OTTER TOT ZICHZELF van Tomas Lieske

Vroeger trok ik van rivier naar rivier, schuilend in woonketels
langs de oever. Het mathematische riet verhinderde mijn uitzicht.

Tussen mijn poten of onder mijn pels was het besef gegroeid
dat mijn dans een stereotypie, mijn bronst een kalende sleur was.

Ik ben het wijde water op gezwommen, heb mijn oren gesloten
voor het piepen van de blijvers, voor hun hardnekkige gefluit.

Nu heb ik eetbare vogels op een vlot naar de overzijde zien roeien;
mijn waternaam Lutra lutra is mij plechtig hergeven.

In de wondere eieren heb ik een bijzonder teken gezien;
ik heb gehoord van een boot die boven het wateroppervlak zeilt.

Die vaart onder commando van vissen, vreetbaar en vreedzaam,
die tot de wolken reikt, die een lokkend licht uitstraalt.

Onverschrokken, verwenst en eenzaam als een torpedo trek ik
door het water achter de boot aan die zegevierend de verte in zeilt.

Waarop een onbekende moeder en een otterfamilie, reeds gestorven
en uitgeroeid, aanmoedigend met de sterke staarten staan te zwaaien.

Op de boeg brengt een ottervrouw met olie-glanzende pels een fluittoon
vol verleiding voort. Waarna het otterse gezang de oren verblijdt.

Uit: HOE JE geliefde TE HERKENNEN  (Uitgeverij Querido)
Een film van Udo Prinsen© il Luster Producties/Dichtvorm

 

random