Nieuws

Presentatie Clips

23-06-2010

Lees meer

Winnaars PITCH Sneek bekend

10-06-2010

Lees meer

VMBO Groen uit Sneek maakt filmplannen

18-05-2010

Lees meer

v e r s Poëziewedstrijd Open Inzendingen

12-05-2010

Lees meer

De eerste v e r s PoëzieClips

27-04-2010

Lees meer

Fotoverslag jonge filmers in Zwolle

21-04-2010

Lees meer

Dichttalenten in Rotterdam

15-04-2010

Lees meer

« Nieuwer  |  Ouder »
Nieuws archief:
2010 | 2009 | 2008 | 2007
v e r s / schoolderpoëzie
Postbus 11755
1001 CT Amsterdam
tel: 020 3307817
fax: 020 4279593
mail:

Leonard Nolens

 

 

 

Winnaar 2008

 

Bres

LEONARD NOLENS (1947) debuteerde met de dichtbundel Orpheushanden . Hij werkt en woont in Antwerpen. Hij wordt beschouwd als één van de belangrijkste levende dichters uit België. Leonard Nolens ontving diverse prijzen, waaronder de Constantijn Huygensprijs 1997 voor zijn gehele werk. Zijn dichtbundel Voorbijganger werd in 2000 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Hij is een romanticus en schrijft vaak over liefde. Typische thema's zijn de jeugd, vrouwen, eenzaamheid en alcohol. En hoewel hij zich onderweg voortdurend vastbijt in eigen passies en bezigheden, gaat het hem toch meer om het dichterschap zelf dan om zijn persoonlijk leven. Of anders gezegd: het dichterschap is het medicijn, de balsem voor het bestaan. Een van zijn bundels heet Manieren van leven en dat is veelzeggend. Er spreekt vaak een woeste drang uit zijn werk om het leven ten volle te ondergaan, in zijn extases maar vooral ook in zijn dieptepunten. Want hoe plat en illusieloos het bestaan ook is, de kosmos heeft de mens toch altijd nodig. Bundel na bundel tracht deze dichter het bestaan niet zozeer te verrijken of er iets nieuws over te zeggen maar hij wil het ritualiseren. In poëzie maakt hij zich waar. Met dat streven staat Nolens in de traditie van de oude sjamanen, ieder gedicht is een nieuw verzoek om regen. Ook van de lezer verwacht hij compromisloze overgave: 'Dus lees me. Lees me helemaal of lees me niet,' schreef hij ooit.

 


Gedichten uit de bundel Bres :



Vlees in uniform is volautomatisch

12

Wij gaan de markt op waar mijn ouders wonen
En versnellen onze pas onder de hoge bogen
Van neergemaaide arcaden.

Gewapende spoken zijn ons voor geweest.
De kiosk ligt als een prop muziekpapier geslingerd
Tegen het kerkportaal.

Het plein is leeg.

Wij planten in zijn hart een struik geweren
En leggen onze messen in een roos
Van woede op de steen.

Een man aait stom de snee en zoekt
Zijn duimafdruk,
Zijn bloed.

Wrok lekt van het heft.
Haat likt zijn schoen.
Wij gaan de markt af waar mijn ouders woonden.
 



Wij weten om te beginnen van geen begin

Geen enkele vrucht heeft haar bloesem gezien.
Pascal Quignard


7

Niemand herkent in ons huis mijn gezicht
Van de vorige eeuw.

Niemand maakt mijn naam voorzichtig wakker
Uit schrik voor zijn naam.

Niemand wikkelt dat blootgewoelde wezen
Uit mijn honger,
Mijn luier,
Mijn kak.

Wij kijken naar mij in mijn schommelende wieg
En wij laten mij slapen.

Wij laten mij slapen uit schrik
Om wakker te schrikken.

Wij kijken naar ons.
Wij kijken ons aan.

Wij kijken naar mij allemaal.
Wij kijken mij allemaal aan.

Wij kijken naar mij allemaal uit schrik
Voor schrik.



Hoe ziet mijn stad eruit als ik haar droom?

2

Je centrum en ik zijn de hort op,
Geen hart achterhaalt ons adressenbestand in een wolk
Van computers, wij komen van ver,

Antwerpen.

De koddige klank van je naam overspoelde mijn bed
Op het Vrijthof in Bree met een zee
Van flamingo’s en schepen, ik liep in mijn slaap
Langs je kaaien en leien, ik rolde je havenbordelen
En silo’s, je kranen en pakhuizen op
In een jongenstong, ik had honger.

Als mensen met honger, als vormen
Van eetlust kwam ik naar je toe.
En honger is het hachelijkste vlees
In alle kunst, het zakenleven en de politiek.
Mijn honger was een hikkend onderwerp
In de maag van je schatkist, al mijn poëzie
Was jouw economie.

Dus als mens met honger kwam ik
Naar je toe, adieu tam wildgebraad
Van de provinciale bourgeoisie.
Dat blanke tafelkleed van plekken spekvet, puur
Damast en vlekken bourgogne plakt
Aan deze vingers en ontvouwt zich traag

Tussen twee strofen door.

En heimwee stinkt als patrijzen al jaren
Gekeeld en schoon aan de haak
In de kelder ginder, bloed lekt
In een Keulse pot en blinkt
En blikt me tegen.

Honger is nu achtenvijftig.
Honger is het hachelijkste vlees.




Het is een prachtig boek

10

Het is een prachtig boek
Het bloedt uit een wond onomwonden,
Het sprong als een traan uit de ooghoek
Van blinden, van ver, van een ster.

Het is een prachtig boek
In de luwte gelegen, het schuwde
Zijn zegen te geven aan mij.
Het gruwde te spreken van ons.

Het is een prachtig boek
Dat ik pen, dat ik ben, dat ik nooit
Zal kennen. Geen doek dat hier valt.
Geen mens die dat boek ooit kan schrijven.

random