Nieuws

Presentatie Clips

23-06-2010

Lees meer

Winnaars PITCH Sneek bekend

10-06-2010

Lees meer

VMBO Groen uit Sneek maakt filmplannen

18-05-2010

Lees meer

v e r s Poëziewedstrijd Open Inzendingen

12-05-2010

Lees meer

De eerste v e r s PoëzieClips

27-04-2010

Lees meer

Fotoverslag jonge filmers in Zwolle

21-04-2010

Lees meer

Dichttalenten in Rotterdam

15-04-2010

Lees meer

« Nieuwer  |  Ouder »
Nieuws archief:
2010 | 2009 | 2008 | 2007
v e r s / schoolderpoëzie
Postbus 11755
1001 CT Amsterdam
tel: 020 3307817
fax: 020 4279593
mail:

Huub Beurskens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

winnaar1995

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huub Beurskens        -    Uit: ‘Aangod en de afmens’        -    1995


AANGOD

‘ O Heer ...’ - zo aanheffen wilde ik,
godsdienstgodafvallige, haast dit gedicht bij heel het horen van een keel uit voren stijgend,

maar al bezielder opwaarts zeilend werd zwijgend
me mijn blik in trillend biddend zomerlicht
zelf leeuwerik boven een geel veld hederik.



LANDELIJKHEDEN

Dans aan de waterkant


Zoals Cuyps koeien niet hun boeren toebehoren
maar het ochtendgloren en later op de dag weer
het onmelkbaar gloeiend gouden vervloeien,
van hun ruggen, in hun stille spiegeling terug,

zo zijn muggen aan de waterkant begonnen
met dansen, verzonnen door de dansbaarheidslust
van een schijnbaar zuchtjesloze zomeravondlucht.

Moet ik hiervoor dankbaarheid betonen? Of
ben wellicht ik zelf vervatting van het zichzelf bekorende waarnemingsvermogen van het licht...? O,
dansen der denkbaarheden, gouden kansen op geluk!

 

Terugweg van het feest

Vermijn elk feest tenzij mijn weg terug die is
van een wandelaar alleen langs avondhazelaars,
landerijen en door percelen bos waarin de klanken
van vergindsend dorpsplein niet sterven maar stil
loofgeurend worden, nachtblauw, met diergezicht,
een wee vertrouwen dat wat geweest is

-    o, al die kalme handen der oeroude platanen boven
het schuimwijnoverschuimen, het galmen
uit speakerboxen, het dansen, het uitgelatene,
de vrouwen, de goedlachse, de goudlokse...-

een voorbijheid is die opeens altijd al besloten ligt
in de mekkerstem waarmee ik hees
me tot een uier sterren richt,
in mijn heupgewricht
als mijn hoofd jeukt en mijn hoef het krabt,
of in zo’ n opwelling van mijn opzwelding,

alsook een wee vermoeden dan
dat ik mezelf niet echt goed hoeden kan.
 
 

PRELUDES

Krullen in de avondlucht


Klanken en geuren krullen in de avondlucht,
kleur vervult het wel gevelde op het veld,
elke mandel geurt naar brood, elk moment
is aan zich een ode, zie Monet, Claue, de oude,
de dode, nooit gaat die me dood zolang uit rood
met geel een oranje, het gouden, stroomt
zonder dat daarvan het gele en het rode kwijnen,
en zal dat ooit?

Klanken en geuren krullen in de avondlucht,
brood geurt naar laat zomerlicht, verdwijnen
is een aard van anders verschijnen, de koekoeksroep
roept de koekoek op die in het schuilgaan is vervat en,
wegstervende, de echo’ s waarmee zich weer sluit het bos
nadat het even meerdere losstaande bomen had. Is zo
de mens soms vervatting van een wens? En is dat
dan niet al vervulling zat?



HOF VAN DECORATIE

Toccata (Vallei der nachtegalen)


Wat ben ik opgetogen te weten dat ik straks hier
weg mag moeten, daardoor van deze schoonheid
de schoonheid, heuvelopwaarts met de liefste,
de zee mee boven het dal uitkimmend, vermag te zien!

Niets hier spreekt van schuld, van boete. Dat de zee
het glanzen van een zwaard dat zich heen en weer wendt
heeft? Wat ben ik opgetogen te weten dat niemand
eeuwig leeft, dat juist daardoor hier de eiken,

palmen en laurieren, het klaver-, appel- en citroene-
bloeien, het gele, rode, paarse, groene, het hurken,
lopen of vliegen van de dieren, het zachte, warme
wervelen der geuren zich even onnanoembaar noembaar

geven, dat in- en uitzichten, eeuwigheden zich ons
en ons zich manifesteren als de waarste zin van het ooit
tot nu toe geleefde en weer hier van weg te leven leven.
Waaraan heb ik dit verdiend? Van de liefste komen zoenen.

Het water uit de aarde welt en rint omlaag naar waar
gelispel van de bosbeek erom vraagt. De lucht draagt
hommels, bijen en meer van dat brommen, zoemen door
de klokkendste nachtegaalcrescendo‘ s heen, onderaan.

En geen angst, geen gillen: de sensationele variatie
der huidpatronen van een slang die stilligt en dan weg-
schiet doet ons rillen. Ik zou altijd wel verblijven willen
in zo‘ n hof van een en al decoratie... Zou ik?

Wat ben ik opgetogen te weten dat straks ik elders
ben, last te mogen krijgen van vermoeide voeten, eetlust
te gaan voelen, in een der stoelen thuis te willen zitten
om daar ingetogen terug te denken aan dit hier.

 

MAN EN PAARD

Overlevende ruiter


Onzinnig is het te menen dat uit de dood
wij eens tot de levenden weer in zullen keren,
maar zinvol zich innig in te beelden hoe
wij dan waren als het wel waar zou zijn.

Dat de ongestorvenen ons herkenden,
geloof ik niet. Hoe het ook geschiedde
dat wij met hen medegingen, hun ogen
waren te zeer bevangen. Wie echter

ooit zich even opgenomen wist in een paardeblik,
zich in heel zijn bloheid omhooggetild voelde in
zo‘ n wild, bang en toch gelijkmoedig oog, die weet:

paarden graasden eens al in de dood en galoppeerden
door een heel heelal. Is dat geen troost als achter ons
straks het leven dichtvalt als een stalpoort zonder stal?
   


LAATSTE BLOEMEN

Twee rozen in een champagneglas


Thuisgebleven van het bruisend leven in de binnenstad
waar aan het zink men klinkend schuimwijn spat
en schaterlacht, zet je, als was het een corsage,
twee lenterozen, een gele en een rode, in zo’ n smal glas
en bedenkt hoe door elk der vers gesneden stelen
het stille water wordt geheven en zich zo ten volle pas
ontvouwt de bloeitijdpracht. Je auto staat in de garage.
Aan de kapstok hangt je jas. Men zet je eerdaags een der benen af.
Je ligt alvast. Glimlach. Uit bitterheid noch om een binnengrap.



Gevlamde tulpen in een glas met draakmotief

De draak is der afgesneden tulpen hulp. In China vereerd
als brenger van lenteregens. Rondom in het glas gegraveerd
waardoor hij in het frisse water doorschijnend schijnbaar
aan de stelen der bloemen die hij leven geeft verslingerd leeft.
Van wat anders dan van zijn vuur komt dat openwaaieren
en gloeien in een luttel uur? Bitterheid noch wraak kleeft
kennelijk aan deze ontbloeiing. Ontworteling blijkbaar
is ontworsteling! In onze harten vlamt iets op. Alhoewel...
De blaadjes vielen snel. Drakerig blijft ons hersenstel.



 

random