Gedichten
02-04-2007
Soeverein
In het onbewolkte blauw van een hemel
ademen we veel te lang uitgestelde einden in.
We spiegelen de mussen die van het dak vallen
in de golvende zee onder onze voeten, krijgen honger
en eten de golven op, alsof ze een dikke vacht vormen
waar wind doorheen blaast. Er is voldoende warmte
om het niet koud te hebben, maar we verliezen
onszelf in de vorm van sneeuw, smelten.
Als we afhankelijk zijn van niets of niemand,
kunnen we opstaan en zeggen:
“Vergeet dat jullie iets betekenen. Wij zijn weg.”
Inspiratiebron: Anneke Brassinga – De wegen der vrijheid
Ingeborg Klarenberg (Boxmeer)
Printen
Terug