Gedichten
18-03-2008
Rond het avonduur
Ik was zwart, en ik was lang
Hij liep door het mulle zand en ik
ik speelde rond zijn tenen maar
hij had geen aandacht voor
mijn aanwezige gezang
Vast aan zijn voeten
liepen we verder
zilt water om onze voeten en ogen
waar wij op hoopten
hij zag me, zwart en lang
In het vloeibare zout
glimlachte hij om
mijn steeds kortere en
steeds minder zwarte figuur
het strand stroomde naar beneden
Met het zand
verdween mijn even zwart gezicht
zilte spetters mengden zich met
de alsmaar groeiende bol avondlicht
Ik verliet zijn en mijn lichaam
rond het avonduur
Inspiratiebron
Jan Baeke en Leonard Nolens
Rafaƫlle Kwakkel
Calvijn, Rotterdam
Printen
Terug