Beste dichter, hieronder staan een vijftal schrijftips waar je mee aan de slag kunt gaan. Eind mei volgen er meer.
TITELGEDICHT over de titels van de bundels
1. Lees de titels van de genomineerde bundels en kies er één uit:
• De Sporen
• Aangod en de afmens
• Psalmen en andere gedichten
• de tijd staat open
• Tot het ons loslaat
• Hier is de tijd
• Waterstudies
• Mythologieën
• Verschiet
• Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen
• Varkensroze ansichten
• De zon en de wereld
• De encyclopedie van de grote woorden
• Hoe je geliefde te herkennen
• Bres
• Het leven van
2. Zoek in de werkbundel de gedichten die bij deze titel horen en kies er één uit.
3. Zoek drie woorden uit dit gedicht die je voor jouw eigen gedicht wilt gebruiken en schrijf deze op.
4. Kies één regel uit dit gedicht en lees deze aandachtig. Let op de vorm van deze regel en verander zoveel mogelijk woorden in iets anders.
Voorbeeld: ‘de pit van leegte waaromheen ik praat en praat’ (Mustafa Stitou)
kan worden: een schil van volheid waarin jij zwijgt en zwijgt.
5. Kies een voorwerp dat bij jouw titel past of bij één of meer van de woorden die al op jouw blaadje hebt staan.
Voeg een werkwoord toe, bijvoorbeeld een beweging.
Verzin een plek die past bij jouw werkwoord: weg, bos, paadje, rots, duin, berg, steen, houten vloer, zolder, trap, poort of een andere plaats.

Schrijftip ll
DIERENGEDICHT
In de werkbundel staan veel gedichten waar dieren in voorkomen. Er is een merel, een kat,
een muis, een geit, een olifant, een paard en....
1. Zoek een dier in de gedichten uit de bundel
2. Zoek een mooie regel over de natuur en schrijf deze over.
Voorbeeld: De wind keerde terug of Uit de schaduw groeien schaduwen
3. Jouw dier maakt iets bijzonders of iets geheimzinnigs mee. In het gedicht moet geheim blijven wat er gebeurt. Je hoeft niets uit te leggen en ook niet te
vertellen hoe het afloopt.
Geef eerst antwoord op de volgende vragen.
- hoe laat is het?
- hoe is het weer?
- waar is jouw dier?
- wat ziet jouw dier?
- wat voor geluiden hoort jouw dier?
- welke regel uit een ander gedicht past bij jouw dier?
- wat doet jouw dier?
- hoe doet jouw dier dat?
- wat ziet hij terwijl hij dat doet?

Schrijftip lll
ANTWOORDGEDICHT
• Kies een gedicht uit de werkbundel.
• Schrijf een gedicht waarbij je regel voor regel dit gedicht volgt maar telkens woorden verandert.
• Je kunt het gedicht veranderen in het tegenovergestelde. Je kunt het gedicht
veranderen in een gedicht dat over iets heel anders gaat maar wel dezelfde vorm heeft.
De regels moeten wel grammaticaal blijven kloppen.
Voorbeeld:
Als iemand van je houdt maar niet van je houdt
maar je wel op wil eten terwijl je geen appel bent
(K. Michel)
Hoe ik naar mij kijk en toch niet kijk
maar mij wel wil zien terwijl ik geen ogen heb
• Lees je gedicht goed door en maak een tweede versie waar je helemaal tevreden over bent. Je kunt regels weglaten en schrappen. Let op de volgorde van de woorden in een zin.

Schrijftip lV
TITELS VAN GEDICHTEN
1. Kies een titel van een gedicht
2. Zoek drie verschillende werkwoorden uit drie verschillende gedichten die bij deze titel passen
3. Zoek bij ieder werkwoord een tweede woord dat bij jouw werkwoord past,
neem telkens een woord uit een ander gedicht
4. Maak een kleine tekening bij de titel die je hebt gekozen
5. Schrijf vijf woorden op die gaan over wat er op jouw tekening te zien is

Schrijftip V
LAATSTE WOORDEN
1. Neem van drie verschillende gedichten telkens het laatste woord.
2. Neem van drie andere gedichten telkens het eerste woord.
3. Kies een lang woord.
4. Kies een kort woord.
5. Schrijf bij elk woord op jouw blaadje een ander woord dat met dezelfde letter begint.

